Vijgenbladeren dumpen

‘Ben ik te min?’ zingt de zanger Armand. Hij vraagt zich af wat het is dat hem te min maakt en koppelt het aan sociale status en relaties.

Diezelfde vraag zou Adam en Eva wel eens geplaagd kunnen hebben, net na hun gesprekje met de slang.

Tot aan het moment van deze pittige ontmoeting met duisternis, zou de vraag waarschijnlijk zelfs niet in hen opgekomen zijn. Ze wandelden blij en vrij in de tuin van Eden, met God naast hen. Ze genoten van hun verworven status als beheerders van de aarde, keken waarschijnlijk vol bewondering naar die prachtige natuur en alle levende wezens. En meer nog dan dat, ze konden met God communiceren. Ze konden Hem leren kennen! Diegene die hen het leven had ingeblazen, diegene die zichzelf liefde noemt. De God die zei ‘dat het goed was’ en een hart vol vreugde had over zijn schepping. Naakt en onbezorgd, niet aangevallen door beschuldigende stemmen in het hoofd of van andere mensen, ademden ze de frisse lucht in en genoten van de hele creatie. Adam en Eva waren als het ware in de hemel, in heilige verbinding met God en met zijn schepping.

En toen was daar de slang.

In Genesis 3:7 lezen we het volgende:

‘Van alle in het wild levende dieren die God, de Heer, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ (Eva antwoordde): ‘We mogen de vruchten van alle bomen eten’, antwoordde de vrouw, ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven’. ‘Jullie zullen helemaal niet sterven’, zei de slang, ‘integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad’. De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.’

De slang bracht Adam en Eva een serieuze portie waarheid hier, al liet hij uitschijnen dat het bijten positieve en geen negatieve gevolgen zou hebben. Ze zouden ‘als goden’ zijn en kennis hebben van goed en kwaad… Klinkt goed toch? Willen we allemaal niet als Jezus zijn en kennis hebben? Als iets er zo lekker uitziet, is er dan geen impuls aanwezig om te nemen? Of kwam die impuls er omwille van iets dat de slang in hen had opgewekt?

Nadat ze effectief beiden van de vrucht gegeten hadden, lezen we het volgende (Genesis 3:22):

‘Toen dacht God, de Heer: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven.’

Adam en Eva ontvingen exact dat wat de slang had gezegd dat zij zouden ontvangen; ze werden als goden en ontvingen kennis.

Tot voor kort, dacht ik dat Adam en Eva van de vrucht aten omwille van de beloften van de slang. Vanuit mijn intellectuele kennis van dit bijbelstuk, opgedaan in verschillende kerken en preken, linkte ik het bijten in de vrucht altijd aan een honger naar macht.

‘Ze wilden de macht’ of ‘ze wilden als God zijn’ of ‘ze wilden niemand boven zich hebben’, was wat er vrij standaard boven kwam borrelen bij het lezen van dit prachtige stuk in Genesis.

Na een tiendaagse periode van bidden en vasten, kwam ik echter tot een nieuw standpunt, wat niet noodzakelijk het eerste standpunt tegenspreekt. God gaf me een breder zicht op de hele zaak, zeg maar. Ik plaatste mezelf in de positie van Adam en Eva en wandelde door de tuin van Eden met God. Ik zag hoe de slang op me afkwam en hoe hij begon te praten over de bomen in de tuin en de regels rond het eten van de vruchten. Ik zag hoe hij mijn aandacht probeerde te trekken in een bepaalde richting. Naast zijn daadwerkelijke woorden, kwamen er andere vragen opborrelen, uit dezelfde bron.

‘Je hebt die vrucht nodig. Je zult nooit genoeg zijn zonder die vrucht. Je hebt kennis nodig. Je zult nooit genoeg hebben zonder die vrucht. Je bent niet goed zoals je nu bent. Je hebt meer nodig. Je bent maar een mens, maar eigenlijk moet je anders zijn. Je bent niet compleet. Er is een grote nood die je moet opvullen. Je hebt die vrucht nodig.’

Ik stond stil bij de interne dialoog die Eva moet gehad hebben en haar kwetsbaarheid te midden van het bad van leugens. Had ze immers niet alles al? Was ze immers niet als een god? Had ze niet de heerschappij over de aarde en alles erin ontvangen, samen met Adam? Wat had ze nog meer nodig? Waarom was er in haar een impuls om in te gaan op de leugens van de slang? Hetzelfde geldt voor Adam. Ze wandelden met God. Ze hadden relatie met God.

Is dit niet vaak de huidige situatie van de kerk? Staan we vaak niet in dezelfde positie als Adam en Eva? We wandelen met God, hebben relatie met Hem, zijn met Hem in de hemel gezeten, hebben alle beloften ontvangen en hebben geen tekort op geen enkel vlak. En dan is daar de slang die fluistert. Hij valt onze positie en identiteit aan en brengt twijfel over wat we al dan niet al ontvangen hebben of nodig hebben.

Toen Adam en Eva van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad aten, werden ze als goden. Ze kregen zicht op wat goed en slecht was. Vanaf dat moment, stonden ze op als ‘god’ en gingen ze scores maken, net zoals wij het ook vandaag de dag helaas nog te vaak doen. Ze werden hun eigen rechter en elkaars rechter. Ze werden zelfs Gods rechter. Toen God Adam confronteerde met zijn actie, schoof hij de schuld af op Eva en ook op God zelf. Eva schoof de schuld af op de slang. Het openen van de ogen dat ze ontvingen, hield een sluiten van de ogen in op spiritueel gebied, een sterven van het hart en de geest. Ze ‘zagen’ ineens alle tekortkomingen en alles wat niet goed was in de ander en in zichzelf. Ze ontvingen een gevangenis van puur intellectuele kennis en vals god-schap. De connectie met het hart van God was verloren.

De grote les die we als kerk vandaag uit dit stukje uit Genesis kunnen leren, is om telkens opnieuw te kiezen voor de boom van het leven en niet voor de boom ‘des doods’. De boom van het leven staat voor Jezus, voor genade, voor echt léven, voor leven vanuit het vernieuwde hart en de Geest.

Telkens we stemmen in ons hoofd hebben die ons aanklagen of die ons doen twijfelen aan onze positie, telkens we stemmen hebben die ons laten zien wat we niet hebben en wat we nog absoluut nodig hebben om ‘vol’ te zijn, kunnen we de waarheid voor ogen houden en ons denken vernieuwen (Romeinen 12:2).

De waarheid is simpel: in Hem (Jezus) hebben we alles ontvangen. Alle geestelijke zegeningen hebben we ontvangen (Efeze 1:3). Heel het boek aan de gemeente Efeze staat bol van wat we ontvangen hebben en wie we zijn in Jezus. Over de volheid van het evangelie en de overvloed die we hebben door Jezus in ons. Ik raad iedereen aan om een jaartje in deze brief van Paulus door te brengen, samen met onze Papa. Het transformeert!

We kunnen een ‘val’ zoals die van Adam en Eva voorkomen, door telkens opnieuw terug te keren naar de genade en de wetenschap dat Jezus werkelijk alles volbracht heeft en alles op onze rekening gezet heeft. We kunnen de interne of externe stemmen die ons zeggen dat we niet genoeg zijn of genoeg hebben, de kop indrukken. Zelfs de stemmen uit kerkelijke hoek. Het hoeft ook geen moeite te kosten om dat te doen. Simpelweg geloof hebben in het volbrachte werk doet duisternis vluchten. Des te vaker we het toepassen, des te automatischer of gemakkelijker het wordt om gewoon te weten en begrijpen dat er niets meer te winnen valt, want dat de overwinning al behaald is.

Als kerk – lichaam van Jezus – kunnen we vanuit de relatie met Hem beseffen dat we op dit moment volledig aanvaard zijn en goed zijn zoals we zijn. We hebben geen nieuwe missie of opdracht nodig. We hebben geen partner nodig. We hebben geen nieuwe job nodig. We moeten niet dagelijks 100 mensen tot Jezus leiden (hoewel er zeker openheid en actie voor mag aanwezig zijn, volledig uit liefde!). Al die verlangens kunnen op zich goed zijn, maar kunnen evengoed ongezond zijn en vanuit een ‘moeten’ komen. Vanuit een nood om onszelf ‘waardig’ te kunnen verklaren en om ons ego te voeden.

We kunnen het juk afwerpen van de boom van kennis van goed en kwaad. We kunnen stoppen met de balans op te maken van ons leven of dat van andere mensen en we kunnen ophouden met ons god-schap op de verkeerde manier in te vullen. We kunnen stoppen met alles te analyseren en berekenen en we kunnen beginnen alles vanuit relatie met Hem, vanuit ons hart, te begrijpen. Leven vanuit genade. Stromen van levend water zijn in ons aanwezig! Als we aanvaarding hebben naar elkaar toe en beseffen dat de andere een geliefd en aanvaard kind van God is, dan veranderen relaties. Als we hetzelfde toepassen in onze eigen wandel, dan zien we drastische veranderingen in ons persoonlijk leven.

We kunnen weten dat Hij altijd aanwezig is en dat Hij ons goedgekeurd heeft, volledig zoals we nu zijn. Nu. Nu. Nu.

Een keuze voor de boom van het leven, voor de genade, voor Jezus, houdt een loslaten van ego in. Zolang je zelf denkt iets te kunnen bijdragen aan jouw waarde door bepaalde acties te ondernemen, zet je jezelf naast de boom van het leven. Vaak is het moeilijk om de boom van kennis van goed en kwaad los te laten, omdat het ego altijd iets kan winnen daar. Je kunt jezelf bijvoorbeeld zeggen ‘vandaag ben ik goed geweest, want ik heb in mijn Bijbel gelezen’. Het ego vindt het heerlijk om te horen. Zolang we onszelf en anderen in de weegschaal gooien en buiten de genade zetten, hebben we niet begrepen dat we alles al ontvangen hebben en dat we al perfect aanvaard zijn.

Net als Adam en Eva zullen we er dan alles aan doen om acceptabel te worden en we zullen onze eigen vijgenbladeren bedenken om ons ego te plezieren en ons vals god-schap in stand te houden.

In de realiteit, is er niets dat we kunnen doen om nog iets te verdienen of ontvangen van God. Eenmaal we in Jezus zijn, is de zaak gesloten. Er kan geen verplichting zijn om iets te doen. Geen ongezond streven naar volheid die er al is. Tenzij we het toestaan in ons hoofd en hart. Als we leven vanuit onze bron en we gaan dagelijks eten bij de boom van het leven, dan merken we een gigantische vrijheid en liefde die opkomt en die ons moeiteloos doet vrijkomen van zonden en het wereldse leven. We kunnen dan ‘naakt’ rondlopen zonder oordeel te ervaren. We kunnen dan wandelen met God, wetende dat Hij ons volledig oké vindt. Leven vanuit zijn rechtvaardigheid en volheid die Hij overgedragen heeft en ons verandert. Er is dan geen ‘moeten’, maar een ‘volhartig’ willen leven zoals Jezus, vanuit onze nieuwe identiteit. Alle volheid is bij en in Hem te vinden.

Dit artikel schrijf ik in de volle overtuiging dat God hierdoor vrijheid brengt in zijn kerk. Hij liet me een paar dagen terug een beeld zien van de twee dimensies waarin we ons bevinden: Ik zag een harde, ronde kern, steenachtig. Ik klopte erop met mijn vuist en het ding barstte open, waardoor de echte dimensie zichtbaar werd. Voor mij was het een beeld wat me deed denken aan onze plaats in de hemelse gewesten. We zijn gezeten in de hemel en regeren met Jezus, nu.

Ik wil dan ook iedereen oproepen om vanaf nu (!) te leven vanuit die andere dimensie. Om te leven vanuit het complete begrip dat we aanvaard zijn zoals we zijn. Om volledig te wandelen in genade, zonder angst voor zonde. Vaak word ik geconfronteerd met angst voor zonde in de kerk. Als ik begin over genade, komt er gegarandeerd iemand angstig aanzetten met ‘maar je moet toch oppassen…’. Ik besef dan onmiddellijk dat er een gebrek is aan inzicht en liefde.

Ik verwacht, net als onze Papa, altijd het beste van mijn broeders en zusters. De liefde verwacht het beste, hoopt het beste en gaat altijd door. Zo ken ik Hem in mijn leven. Ik verwacht van zijn kinderen dat ze willen wandelen in liefde, vanuit genade en ik verwacht dat ze meer en meer als Jezus zullen worden, als ze eenmaal beginnen begrijpen wat genade betekent. Ik heb geen angst voor zonde, want ik weet dat het licht in hen sterker is dan de duisternis.

Maakt niet uit met welk probleem je nu zit, God aanvaardt jou en houdt van jou. Hij is niet geduldig met jou omdat hij moet, Hij is geduldig met je omdat Hij geduldig is. Hij gaat altijd in liefde met jou door, tot je Jezus volledig gaat tonen.

Kies dus voor de goede boom en leef! Alles is goed. Nu.